Call for Papers: Making Progress in Realizing Women’s Human Rights: The Role of the CEDAW Committee and Other International Human Rights Monitoring Bodies

The Tijdschrift voor Genderstudies / Journal for Gender Studies has issued the following call for papers (English and Dutch calls follow).

 

Making Progress in Realizing Women’s Human Rights: The Role of the CEDAW Committee and Other International Human Rights Monitoring Bodies

The international framework for the promotion and protection of human rights as set up by the United Nations (UN) shortly after the Second World War was intended to promote and protect the rights of all, men and women. Yet, it has been successfully argued that the system only addressed degrading events commonly identified with the lives of men and not experiences common to the lives of women. Originally, the UN human rights system granted women the same rights as men. But being entitled to the same rights did not necessarily mean that women’s human rights were effectively promoted and protected. Abuses and constraints typical for women’s lives, were not addressed by the bodies that monitor the implementation of the human rights instruments and discrimination against women persisted. In order to remedy this deficiency, in 1979 the UN adopted the Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women (CEDAW): a convention that focuses solely on the enjoyment of human rights by women. Like the other human rights instruments, CEDAW is monitored by a committee of experts: the CEDAW Committee. Later, the UN instigated the process of gender mainstreaming and in this respect explicitly requested the other, mainstream, human rights treaty monitoring bodies to include the status and human rights of women in their deliberations and findings.

In this volume of the Tijdschrift voor Genderstudies we would like to explore the way in which CEDAW and other international human rights monitoring bodies have enhanced progress in the realisation of women’s human rights. We welcome contributions from legal and non-legal disciplines that provide an insight into (part of) this question. Topics could include, but are not limited to: a comparative analysis of the work of one or more of the human rights committees in regards to formulating States Parties’ responsibilities in their constructive dialogues with countries from the global south and north; an analysis of their work from the perspective of the debate on the universality of human rights and (cultural) relativism; the CEDAW Committee’s approach to gender-stereotyping and possible similar approaches by other international monitoring bodies; an analysis of how the definition of discrimination as employed in CEDAW and by its monitoring Committee relates to concepts of discrimination that are common to non-legal disciplines; and the way in which the human rights committees construct the responsibilities of States Parties under the Convention. In regards to all these issues, we would also like to hear whether, in your opinion, this entails progress for women’s human rights or not. Another topic of special interest is the way in which national and international NGO’s use CEDAW and/or other human rights instruments in their advocacy work for women’s rights and whether this has proven to be successful. Issues that can be addressed in this respect are: is CEDAW (or any of the other international human rights treaties) a powerful tool in dealings of NGOs with governance in regards to women’s rights?; can/ do recommendations of the CEDAW Committee (or any of the other human rights monitoring bodies) enhance the work of NGOs vis-à-vis the state/governance; and are there good practices in this regard?

Outlines for articles (400 – 500 words) need to be sent before 15 July 2012 to Fleur van Leeuwen fc_van_leeuwen@hotmail.com. Outlines (and articles) can be written in Dutch or in English and need to address the main research question, methodology, theoretical concepts, general line of argumentation, and literature overview. At the beginning of August 2012, we will inform you whether your outline has been accepted. If accepted, articles should be emailed to us before 15 October 2012.  For more information, please see http://www.tijdschriftgenderstudies.eu (website is in Dutch) or contact Fleur van Leeuwen.

 

Oproep voor artikelen voor het Tijdschrift voor Genderstudies

Vooruitgang Boeken in Het Realiseren van Mensenrechten van Vrouwen: De Rol van Het CEDAW-Comité en Andere Toezichthoudende Mensenrechtenorganen

Het internationale systeem ter bevordering en bescherming van de rechten van de mens is na de Tweede Wereldoorlog onder toezicht van de Verenigde Naties (VN) opgezet en heeft tot doel de mensenrechten van mannen en vrouwen te bevorderen en te beschermen. Er is echter overtuigend betoogd dat het systeem voornamelijk aandacht besteed aan schadelijke zaken die kenmerkend zijn voor de levens van mannen. Mensonterende ervaringen die veel vrouwen wereldwijd delen, zouden niet worden behandeld door de mensenrechtenorganen. Vrouwen kregen aanvankelijk door middel van gelijkheids- en anti-discriminatieclausules in de verschillende mensenrechtenverdragen dezelfde rechten toegekend als mannen. Maar dezelfde rechten hebben, betekent niet noodzakelijkerwijs dat mensenrechten van vrouwen daadwerkelijk bevorderd en beschermd worden. Aan vormen van misbruik en restricties die veelal vrouwen raken, werd door het internationale mensenrechtensysteem geen aandacht besteed. Het VN-Vrouwenverdrag, een verdrag dat louter toeziet op de rechten van vrouwen en dat in 1979 door de VN werd aangenomen, moest deze tekortkoming verhelpen. Toezicht op de implementatie van het VN-Vrouwenverdrag wordt, evenals bij de andere internationale mainstream mensenrechtenverdragen, gedaan door een comité van onafhankelijke experts: het CEDAW-Comité. In 1993, riep de VN bovendien de andere mainstream toezichthoudende mensenrechtenorganen, zoals het VN-Mensenrechtencomité, op om de status en mensenrechten van vrouwen een integraal onderdeel van hun werkzaamheden te maken.

In deze uitgave van het Tijdschrift voor Genderstudies willen wij bekijken hoe het CEDAW-Comité en andere internationale toezichthoudende mensenrechtenorganen een bijdrage hebben geleverd aan de realisering van mensenrechten van vrouwen. Wij verwelkomen bijdragen vanuit zowel juridische- als niet-juridische hoek die inzicht bieden in deze thematiek. Onderwerpen die bijvoorbeeld behandeld kunnen worden zijn: een vergelijkende analyse van het werk van een of meerdere van de mensenrechtencomités inzake de formulering van verplichtingen voor verdragsstaten in hun constructieve dialogen met landen uit de Zuidelijke en Noordelijke hemisfeer; een analyse van hun werk vanuit het oogpunt van universalisme van mensenrechten en cultuurrelativisme; de aanpak van het CEDAW-Comité van genderstereotypering en mogelijk vergelijkbare praktijken van andere toezichthoudende mensenrechtenorganen; een analyse van hoe de definitie van discriminatie, zoals die door het VN-Vrouwenverdrag en door het toezichthoudende Comité worden gehanteerd, zich verhoudt tot concepten van discriminatie die in niet-juridische disciplines gebruikelijk zijn; en de manier waarop internationale mensenrechtenorganen de verantwoordelijkheden van staten onder de mensenrechtenverdragen formuleren. Ten aanzien van al deze onderwerpen zouden wij tevens graag horen of dit naar uw mening een vooruitgang is voor mensenrechten van vrouwen, of niet. Een ander thema dat onze speciale belangstelling heeft, is de manier waarop nationale en internationale NGOs CEDAW en/of andere mensenrechteninstrumenten gebruiken in hun advocacy werk voor vrouwenrechten en of dit succesvol is gebleken. Onderwerpen die in dit verband kunnen worden aangesneden zijn: is CEDAW (of een van de andere internationale mensenrechtenverdragen) een sterk onderhandelingsmiddel voor NGOs in hun aangelegenheden met overheidsinstanties; versterken aanbevelingen van het CEDAW-Comité (of van een van de andere toezichthoudende mensenrechtenorganen) het werk van NGOs vis-a-vis overheidsinstanties; zijn er good practices in dit opzicht?

Opzetten voor artikelen (400 – 500 woorden) dienen uiterlijk 15 juli 2012 naar Fleur van Leeuwen fc_van_leeuwen@hotmail.com te worden gestuurd. Opzetten (en artikelen) kunnen in het Nederlands of in het Engels worden geschreven en moeten ingaan op de hoofdvraag, methodologie, theoretische uitgangspunten, globale lijn van argumentatie, bibliografie. Begin augustus 2012 vernemen auteurs of hun opzet is geaccepteerd. Als dit het geval is, dan dienen wij de artikelen voor 15 oktober 2012 te ontvangen. Voor meer informatie zie: http://www.tijdschriftgenderstudies.eu of neem contact op met Fleur van Leeuwen.

 

See http://www.tijdschriftgenderstudies.eu/and click on ‘oproep door artikelen’.

 

Advertisements